Preventieve garantie in de brandpolis: de verzekeraar moet het gebrek bewijzen

Nicolien Verhoeks
Partner, Advocaat & Schaderegelaar

Gerechtshof Den Haag d.d. 8 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2994. Een bedrijfspand brandt af. De verzekeraar weigert dekking: de elektrische installatie zou niet aan NEN 1010 voldoen en een gevraagde keuring was niet gedaan. Het hof veegt beide verweren van tafel. Hoe sterk is een preventieve garantieclausule als de verzekeraar de niet-naleving niet concreet kan bewijzen?

De feiten

De eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw in Grijpskerk had sinds 1993 een brandverzekering, inmiddels bij Allianz. In juli 2011 stuurde de verzekeraar een brief: de elektrische installatie moest binnen drie maanden worden gekeurd op basis van NEN 3140 en NEN 1010. De verzekerde tekende op 20 oktober 2011. Zes dagen later volgde een nieuw polisblad met clausule 2388: de installatie moet voldoen aan NEN 1010 en eens per vijf jaar worden gecontroleerd volgens NEN 3140. Bij niet-naleving geen dekking, tenzij de verzekerde aannemelijk maakt dat de schade daar niet door is ontstaan of verergerd.

In de nacht van 7 op 8 februari 2012 brandde het pand grotendeels af. Allianz weigerde in juni 2012 uit te keren. Daarna volgden jaren van rapporten en inspecties. De rechtbank Den Haag gaf Allianz in 2024 gelijk.

Het oordeel

Het hof vernietigt het oordeel van de rechtbank en trekt drie lijnen.

1) De keuringstermijn uit de brief van 2011 is nooit in een clausule terechtgekomen. Volgens het hof is die tekst daarmee 'achterhaald'. Allianz had bij afgifte van het polisblad kunnen nagaan of de keuring al was gedaan. Dat deed zij niet en daarmee was het risico geaccepteerd. Wat telt is clausule 2388 zoals die op het polisblad staat. Die vereiste vóór de brand geen NEN 3140-keuring: de vijfjaarstermijn liep pas in 2016 af.

2) De stel- en bewijslast van niet-naleving van NEN 1010 ligt bij Allianz. De rapporten van na de brand hadden beperkte waarde, omdat een gebrek ook door de brand of bij de sloop kan zijn ontstaan. Doorslaande zekeringen en verklaringen van huurders bewijzen geen gebrekkige installatie. Een 'voldoende concreet en specifiek bewijsaanbod' ontbrak. Aan de causaliteitsvraag kwam het hof niet meer toe.

3) Het beroep op opzettelijke misleiding (art. 7:941 lid 5 BW) faalt. De verzekerde had in een eigen verklaring juist vermeld dat de aanpassingen nog niet klaar waren. Ook het subsidiaire beroep op de redelijkheid en billijkheid haalt het niet.

Resultaat: een verklaring voor recht dat Allianz de brandschade volgens de polis moet vergoeden, met wettelijke rente vanaf 7 juni 2012, te vermeerderen met € 42.696,52 aan onderzoekskosten, € 7.004 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten van beide instanties.

Juridisch kader

Een preventieve garantiebepaling legt de verzekerde een gedragsnorm op, met verlies van dekking als die norm niet is nageleefd. Het arrest maakt twee dingen scherp. Wie zich op zo'n clausule beroept, moet de niet-naleving concreet stellen en bewijzen. Algemene bevindingen van na de schade zijn dan te weinig. Alleen wat in de polis staat, telt. Een voorwaarde uit correspondentie die niet in een clausule belandt geen dan geen verdere werking.

Voor verval wegens misleiding is opzet nodig. Een verzekerde die zelf openheid geeft over wat nog niet af is, voldoet daar niet aan.

Wat betekent dit voor de praktijk

Leg acceptatievoorwaarden altijd vast in een clausule op het polisblad. Controleer vóór afgifte van een nieuw polisblad of aan eerdere voorwaarden is voldaan.

Stel het bewijs vóór de schade veilig. Na een brand is de staat van een installatie zelden nog vast te stellen en elk gebrek kan aan de brand zelf worden toegeschreven.

Onderbouw een dekkingsweigering met specifiek bewijs van de niet-naleving.

Wees terughoudend met een beroep op opzet tot misleiding als de verzekerde zelf heeft gemeld wat nog niet af is.

‍

In contact komen?

Kom zo snel en gemakkelijk in contact met de auteur

Meer lezen

arrow
arrow