


In een recente beschikking van 16 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland zich uitgelaten over de gevolgen van het bewust achterhouden van relevante feiten in een deelgeschilprocedure.
De zaak betrof een werknemer die zijn werkgever aansprakelijk stelde voor letsel als gevolg van een arbeidsongeval. De werknemer verzocht de kantonrechter om de aansprakelijkheid van zijn werkgever vast te stellen.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek echter dat de werknemer en zijn advocaat al bekend waren met de precieze toedracht van het ongeval, maar deze bewust niet in het verzoekschrift hadden vermeld. De advocaat verklaarde dat hij de wederpartij niet wijzer had willen maken dan nodig.
De kantonrechter oordeelde dat hiermee de waarheidsplicht van artikel 21 Rv was geschonden. Door de relevante feiten achter te houden, was de werkgever ernstig in haar verdediging geschaad. De werkgever had immers niet de gelegenheid gekregen om zich in het verweerschrift voldoende concreet uit te laten over de toedracht van het ongeval en de naleving van haar zorgplicht. Ook heeft zij zich niet deugdelijk kunnen verweren op het punt of er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van verzoeker.
Dat de feiten alsnog tijdens de mondelinge behandeling naar voren werden gebracht, maakte dit niet anders.
Voor herstel van deze nalatigheid zou op zijn minst na de mondelinge behandeling een nadere schriftelijke ronde nodig zijn. De deelgeschilprocedure leent zich daarvoor niet.
De kantonrechter achtte de schending van de waarheidsplicht en de goede procesorde dusdanig ernstig dat het verzoek werd afgewezen.
Ook werden de kosten van het deelgeschil niet begroot, omdat de procedure als volstrekt onnodig of onterecht ingesteld werd beschouwd.
Deze uitspraak onderstreept het belang van een volledige en waarheidsgetrouwe weergave van de relevante feiten, juist in een deelgeschilprocedure waarin de mogelijkheden voor aanvullende schriftelijke processtukken beperkt zijn.
Het bewust achterhouden van relevante feiten kan verstrekkende gevolgen hebben. Zeker in een deelgeschilprocedure, waarin partijen slechts één schriftelijke gelegenheid krijgen om hun standpunten uiteen te zetten en een beslissing een bindende eindbeslissing is, is een volledige feitelijke onderbouwing van groot belang.
Bron: Rechtbank Midden-Nederland 16 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7505