Geen aanvullend voorschot bij onduidelijkheid over causaal verband en schade

Kim Wehnes
Advocaat

Rechtbank Den Haag 25 juni 2026, C/09/701382 / HA RK 26-161

Wat is er gebeurd?

Op 29 april 2024 werd verzoeker, die als zelfstandig taxichauffeur werkte, van achteren aangereden terwijl hij stilstond voor een rood verkeerslicht. De verzekeraar van de aansprakelijke bestuurder erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval en vergoedde de schade aan de taxi.

Na het ongeval stelde verzoeker dat hij door lichamelijke en psychische klachten (onder meer nek-, hoofd- en rugklachten, PTSS en depressieve klachten) niet meer kon werken. Hierdoor verloor hij zijn inkomen en ontstonden volgens hem ernstige financiële problemen.

Partijen schakelden ieder een medisch adviseur in. De medisch adviseur van de verzekeraar concludeerde dat sprake was geweest van tijdelijke klachten zonder blijvende beperkingen als gevolg van het ongeval. De medisch adviseur van verzoeker stelde juist dat nog onvoldoende duidelijk was wat de medische eindtoestand was en adviseerde aanvullend medisch onderzoek, waaronder mogelijk een neurologische, anesthesiologische of psychiatrische expertise.

Het geschil tussen partijen

Verzoeker vond dat de verzekeraar de schaderegeling onvoldoende voortvarend behandelde en hem veel te weinig had bevoorschot. Hij verzocht de rechtbank onder meer om:

  • een maandelijkse periodieke voorschotbetaling voor verlies aan verdienvermogen;
  • een aanvullend voorschot van € 65.000;
  • hervatting van het arbeidsdeskundig traject;
  • een vergoeding wegens secundaire victimisatie, omdat de wijze van schadeafhandeling zijn klachten zou hebben verergerd;
  • vergoeding van buitengerechtelijke kosten en overige kosten.

De verzekeraar betwistte dat voldoende vaststond dat de arbeidsongeschiktheid en het verlies aan verdienvermogen door het ongeval werden veroorzaakt. Volgens de verzekeraar is eerst nader medisch onderzoek nodig voordat verdere schade kan worden vastgesteld. Ook stelde zij dat zij de zaak zorgvuldig had behandeld en al € 25.000 aan voorschotten en ruim € 11.000 aan buitengerechtelijke kosten had betaald.

Oordeel rechter

De rechtbank wees alle inhoudelijke verzoeken af.

Volgens de rechtbank was nog onvoldoende duidelijk:

  • welke klachten en beperkingen daadwerkelijk door het ongeval zijn veroorzaakt;
  • in hoeverre eerdere gezondheidsproblemen (zoals rugklachten en een behandeling wegens prostaatkanker) een rol spelen;
  • of verzoeker door het ongeval nog steeds niet kan werken;
  • hoe groot het daadwerkelijke verlies aan verdienvermogen is.

De rechtbank oordeelt dat de gevraagde voorschotten niet geschikt zijn voor behandeling in deelgeschil. Toewijzing zou namelijk neerkomen op een beslissing over vrijwel de volledige schade, zowel de reeds geleden als toekomstige schade. Een deelgeschil is bedoeld om een specifiek geschilpunt op te lossen en de onderhandelingen weer op gang te brengen, niet om vrijwel de gehele schadezaak af te doen. De verzoeken lenen zich daarom niet voor deelgeschil. Ook dient het verzochte periodieke voorschot te worden afgewezen, omdat niet voldoende duidelijk is dat verzoeker nog altijd maandelijks een dergelijk bedrag aan schade door het ongeval lijdt.

Ook oordeelde de rechtbank dat de verzekeraar niet onrechtmatig had gehandeld en wees de gevorderde vergoeding voor secundaire victimisatie af. De behandeling van de zaak heeft naar het oordeel van de rechtbank niet te lang stilgelegen of dat de verzekeraar te weinig had bevoorschot. Het stopzetten van het arbeidsdeskundig traject achtte de rechtbank, gelet op de medische onzekerheden, eveneens gerechtvaardigd.

De gevorderde aanvullende buitengerechtelijke kosten werden eveneens afgewezen, omdat de reeds betaalde kosten volgens de rechtbank al aanzienlijk waren en onvoldoende was onderbouwd dat de resterende kosten redelijk waren.

Wel begrootte de rechtbank, zoals de wet voorschrijft bij een deelgeschil, de kosten van deze deelgeschilprocedure op € 6.623,44 (inclusief btw), vermeerderd met € 93 griffierecht. Deze kosten moeten door de verzekeraar worden betaald.

Tot slot

De rechtbank had begrip voor de moeilijke financiële situatie van verzoeker en erkende dat de langdurige onzekerheid zwaar voor hem moet zijn geweest. Toch kon de rechtbank niet vooruitlopen op de uitkomst van het nog benodigde medische en arbeidsdeskundige onderzoek. Zonder voldoende duidelijkheid over het causaal verband en de omvang van de schade was een verdere bevoorschotting niet gerechtvaardigd.

Conclusie

De rechtbank wees alle inhoudelijke verzoeken van verzoeker af. Er bestaat op dit moment onvoldoende duidelijkheid over de medische beperkingen, het causaal verband met het ongeval en de omvang van de schade om verdere voorschotten of andere veroordelingen uit te spreken. De verzekeraar moet uitsluitend de kosten van de deelgeschilprocedure vergoeden.

Lees de volledige uitspraak via www.letselschademagazine.nl/2026/RBDHA-250626

In contact komen?

Kom zo snel en gemakkelijk in contact met de auteur

Meer lezen

arrow
arrow