Fietser valt tegen passerende tram: GVB niet aansprakelijk

Nicolien Verhoeks
Partner, Advocaat & Schaderegelaar

Rechtbank Amsterdam d.d. 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9256. Een fietser rijdt tegen de rijrichting in, verliest de controle en valt tegen de zijkant van een tram. Hij houdt er een dwarslaesie aan over. De rechtbank wijst zijn vordering tegen GVB af. De trambestuurder treft geen verwijt.

Wat is er gebeurd

Op 11 juli 2021, rond 00:13 uur, fietst een man van 47 jaar over de Marnixstraat in Amsterdam. Hij rijdt op de fietssuggestiestrook tegen de rijrichting in. Naast hem rijdt een tram in dezelfde richting.

Twee fietsers komen hem tegemoet. Op dat moment verliest hij de controle over zijn fiets. Zijn voorwiel begint te slingeren. Op camerabeelden is te zien dat hij kort voor de val zijn rechterhand van het stuur haalt of verliest. Hij valt naar rechts, tegen de zijkant van de tram.

De tram is hem dan al grotendeels voorbij. Het contactpunt ligt ongeveer 18 meter achter de voorzijde van de tram. De tram mocht 50 km per uur rijden. Bij het naderen van de brug reed hij ongeveer 24 km per uur. Op het moment van contact ongeveer 19 km per uur. De trambestuurder merkt niets van het ongeval. Passagiers waarschuwen hem niet.

De fietser loopt zwaar letsel op: schedelletsel, meerdere gebroken nekwervels, een gebroken borstbeen en rib en een blijvende dwarslaesie. Hij zit sindsdien in een rolstoel. Hij is volledig arbeidsongeschikt en heeft zijn onderneming moeten staken. Hij is afhankelijk van dagelijkse zorg en zijn woning is grotendeels ongeschikt geworden.

Het verwijt

De fietser dagvaardt GVB en verzekeraar VGA. Hij vordert een verklaring voor recht dat zij aansprakelijk zijn, volledige schadevergoeding en een voorschot van € 150.000. Dat voorschot was kort voor de zitting verhoogd van € 15.000 naar € 150.000.

Aanvankelijk verwijt hij de trambestuurder drie dingen: te hard rijden, onvoldoende afremmen en onvoldoende anticiperen. Na de zitting laat hij die verwijten vallen. Er blijft één verwijt over: de trambestuurder had moeten waarschuwen, bijvoorbeeld met de trambel, toen hij zag dat de fietser tegen de rijrichting in reed.

De fietser beroept zich op de 50%-regel voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid aan zijn kant is volgens hem geen sprake. Een trambestuurder heeft een zware zorgvuldigheidsplicht tegenover fietsers en voetgangers, ook al is een tram formeel geen motorrijtuig in de zin van de Wegenverkeerswet. Een door de fietser ingeschakelde deskundige stelt dat de trambestuurder hem tijdig had kunnen zien.

GVB voert aan dat sprake is van overmacht. De trambestuurder valt niets te verwijten. GVB onderbouwt dat met een verkeersongevallenanalyse, camerabeelden, de verklaring van de trambestuurder en getuigenverklaringen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank begint bij de toedracht. Het ongeval is niet ontstaan doordat de tram de fietser raakte. De fietser viel tijdens het passeren van de tram tegen de zijkant.

Ook als de trambestuurder de fietser ongeveer drie seconden heeft kunnen zien terwijl die tegen de rijrichting in reed, hoefde hij niet te waarschuwen. Dat de fietser parallel aan de tram reed en tegemoetkomende fietsers naderde, maakte niet voorzienbaar dat hij plotseling de controle zou verliezen en tegen de tram zou vallen. Met zo'n onverwachte ontwikkeling hoefde een beroepsmatige trambestuurder geen rekening te houden.

De trambel is bedoeld voor concrete dreigende conflictsituaties. Bijvoorbeeld als iemand de tram niet ziet en dreigt over te steken. Dat was hier niet aan de orde. De fietser had de tram gezien.

Het is ook niet duidelijk hoe de trambestuurder het ongeval had kunnen voorkomen. Langzamer rijden of een noodstop had de val tegen de zijkant van de tram niet voorkomen. Het gevaar ontstond pas toen de tram grotendeels voorbij was en de fietser onverwacht de controle verloor.

De rechtbank concludeert dat de trambestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Het beroep op overmacht slaagt. Aan de 50%-regel komt de rechtbank niet toe.

De rechtbank staat nadrukkelijk stil bij de gevolgen voor de fietser. Zijn leven is door het ongeval onomkeerbaar veranderd. Zonder financiële tegemoetkoming zal het bijzonder moeilijk zijn om zijn woning aan te passen en te voorzien in zijn levensonderhoud en zorg. De rechtbank noemt de uitkomst vanuit menselijk oogpunt buitengewoon schrijnend. De aansprakelijkheid moet echter worden beoordeeld aan de hand van de geldende juridische regels. Die leiden tot de conclusie dat de trambestuurder geen verwijt treft.

De uitkomst

Alle vorderingen van de fietser worden afgewezen. Er is sprake van overmacht. GVB en VGA zijn niet aansprakelijk.

Uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9256

‍

In contact komen?

Kom zo snel en gemakkelijk in contact met de auteur

Meer lezen

arrow
arrow