

Overmacht in het verkeer, wanneer komt dit voor? Wat is overmacht in het verkeer precies? Wij leggen dit uit.
Bij een ongeval tussen een automobilist en een fietser of een voetganger is de automobilist gehouden om minimaal 50% van de schade van de fietser of de voetganger te vergoeden. Het gaat om slachtoffer die minimaal 14 jaar oud (IZA/Vrerink). Bij jongere slachtoffers geldt een andere regel. Wanneer is de automobilist niet aansprakelijk? De automobilist is niet aansprakelijk bij de volgende situaties:
Een beroep op overmacht aan de zijde van de bestuurder van het motorrijtuig (bijvoorbeeld een automobilist) slaagt als de bestuurder aannemelijk kan maken dat aan de bestuurder geen enkel verwijt kan worden gemaakt van het ongeval.
Dit betekent dat het gedrag van het slachtoffer zo onwaarschijnlijk moet zijn voor de bestuurder dat hij bij het bepalen van van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening hoefde te houden (ABP/Winterthur).
Heeft het beroep op overmacht aan de zijde van een bestuurder van het motorrijtuig kans van slagen? Bijvoorbeeld een automobilist rijdt plotseling een fietser aan die vanuit het niets opduikt. Kan de bestuurder aan aansprakelijkheid ontkomen door een beroep te doen op overmacht? Uit de jurisprudentie volgt dat een beroep op overmacht zelden wordt gehonoreerd.
Als er sprake is van opzet in het verkeer van een fietser of een voetganger, dan hoeft de automobilist geen schadevergoeding te betalen. De regel dat de automobilist minimaal 50% van de schade van het slachtoffer dient te vergoeden komt in dat geval te vervallen.
Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad is voor opzet nodig dat in beginsel bewustzijn van het gevaar bij het slachtoffer aanwezig is (Pesti/Noordhollandsche van 1816). De stelplicht en bewijslast voor opzet rust op de bestuurder van het motorrijtuig.
Bij aan opzet grenzende roekeloosheid van de fietser of voetganger in het verkeer, dan is de automobilist niet verplicht om de schade van het slachtoffer te betalen. De regel dat de automobilist minimaal 50% van de schade van het slachtoffer dient te vergoeden komt in dat geval te vervallen.
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad is aan opzet grenzende roekeloosheid nodig dat in beginsel bewustzijn van het gevaar bij het slachtoffer aanwezig is (Pesti/Noordhollandsche van 1816). De stelplicht en bewijslast voor aan opzet grenzende roekeloosheid rust op de bestuurder van het motorrijtuig. De automobilist kan voor bewustheid van het slachtoffer volstaan met het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit die bewustheid bij het slachtoffer moet worden afgeleid. Vaak is hiervoor een verklaring van het slachtoffer nodig.
De relevante jurisprudentie voor overmacht in het verkeer is als volgt:
Benieuwd naar onze visie over overmacht in het verkeer? Neem hiervoor contact met ons op en wij voeren een Quick Scan uit.